Het lek dat geen lek was: een loodgietersverhaal uit de Jordaan
Mevrouw V. woont in een grachtenpand uit 1672. Charmant, scheef, en met een plafond dat sinds Pasen langzaam bruiner werd. Drie loodgieters waren langsgeweest. Eén had de wasbak van de bovenburen vervangen. Een tweede had een stuk loodslab op het dak gezet. De derde had de afvoer van de douche gerenoveerd. De plek werd alleen maar groter.
Wat we aantroffen
Bij onze intake was één detail veelzeggend: de plek werd na droge dagen juist erger. Een gewone lekkage gedraagt zich andersom — bij regen wordt de plek vochtiger, bij droogte trekt hij weg.
Met de thermische camera was er niets opvallends te zien. De vochtmeter gaf 95% aan de zijkant van de plek, maar in het hart maar 40%. Dat was vreemd.
De aap uit de mouw
Met een endoscoopcamera door een 6 mm gaatje vonden we het: in het plafond zat een oude, weggewerkte cv-radiator uit de jaren ’50, vol gevuld met water en al jaren niet aangesloten. De warmte van de boven gelegen vloerverwarming verdampte het water; als die uit ging condenseerde het tegen het pleisterwerk. Geen lek dus, maar een verloren stuk geschiedenis.
We hebben het afgetapt, de radiator laten verwijderen door een echte loodgieter, en het plafond gestuukt. De verzekeraar betaalde de herstelkosten op basis van ons rapport. Mevrouw V. heeft sindsdien een droog plafond én een verhaal voor op verjaardagen.